Eergisteren (5 juni) werd ik gebeld door Herman, de zwager van Ronald Soeliman, met het trieste nieuws dat hij er domweg niet meer is. Ik heb gewacht met het naar buiten brengen daarvan, omdat de familie dat misschien op enigerlei wijze zelf wilde doen, maar nu circuleert het bericht al volop in de sociale media. En overal wordt daarop met verbijstering en medeleven gereageerd. Terecht, want de dood zelf is al niet te bevatten, maar zo hup, hatseflats, helemaal weg, is onbestaanbaar. Daar is ons brein niet op toegerust. In hogere leeftijdregionen groeit ons acceptatievermogen, maar hier wordt dat tot het uiterste getart.

De enige twee figuren die staan zijn, geheel links Rob Møhlmann (net Ridder geworden, 2017), en rechts bij de pilaar Ronald Soeliman (die steevast overal van alles vastlegt).

Ik kende Ronald niet echt goed, maar toch wel weer goed genoeg om te weten dat hij leek te beschikken over een tomeloze energie, een hoge werklust, en eveneens een enorme sociale drive. Er kon op kunstgebied niet ergens een samenkomst, opening, of feestgedruis zijn, of Ronald was van de partij. En als altijd: voorkomend, aimabel en attent naar iedereen. En met dat glanzende hoofd, die brede glimlach, en die warme huidskleur, vormde hij toch altijd een opwekkende Fauvistische toets in onze, soms toch wel ingetogen, Haagse School getinte, omgeving.

Ronald Soeliman aan het werk

Daartegen mogen we ook wel zijn werk afzetten, want ook dat getuigde van een kleurig en zonnig palet, maar wel met een kanttekening: hij bereikte daarmee een frisse zonnigheid! Ik denk door het gebruik van veel heldere, koele kleuren, van groen, blauw, violet in alle toonaarden met dan hier en daar wat afgezwakte warme kleuren. En die werden dan fors en krachtig met het paletmes op het doek gezet en gedrukt. Vaak in een pulserend ritme. Daarin openbaart zich misschien de Javaan, al werd daarbij dan de traditionele Gamelanmuziek vervangen door stevige Techno; de verf zingt er niet minder om en danst in klinkklare noten over het doek. En de alom gewaardeerde ‘kris’ kraste bij Ronald als paletmes over het linnen en zocht niet het bloedrood, maar het kleurrijke en wezenlijke van de natuur, in zijn ogen.
Die ogen zijn nu gesloten. Niet alleen voor ons abrupt, maar voor hemzelf net zo plotseling. Gewoon: dan ben je er nog en dan niet meer. Iemand doet het licht uit. Leed is hem verder bespaard gebleven. Maar dat stapelt zich nu wel op bij Janneke, zijn kinderen, zijn naasten, geliefden en vrienden. Maar vooral bij die eersten. Die moeten opeens verder met een leegte, die vanwege het wegvallen van een Javaans-Hollandse levenseruptie, dubbel zo hard aankomt. Zij moeten verder met een onwezenlijke gebeurtenis, die je hart omdraait en nooit meer rechtzet.
Lieve Janneke, stoere vrouw, ik hoop dat jij en de jouwen dezelfde levenslustige kracht zullen weten aan te boren als waarvan Ronald zoveel bezat. “Rouw ruwt je leeg van binnen, rouw ragt je helemaal uit”, schreef ik een paar maanden na mijn verlies. Maar geloof me: het litteken blijft, maar de tijd zalft en verzacht. Echt.
RM.