Hoe begon Rutte vanavond, 28 mei, zijn goed-nieuws-show? Met de aankondiging van VERVROEGDE versoepeling van vier dagen. Vier dagen! Wat een lef! En dat durven ze? Rutte: “Als volgende week de hemel naar beneden valt, ontstaat een nieuwe situatie, maar… en dat zegt ook het OMT… dat is hoogst onwaarschijnlijk. We mogen erop vertrouwen dat de dalende trend zich nu doorzet en dus durven we deze versnelling met een paar dagen aan”. Durven… het KAN dus niet eens mis gaan! Dat zit immers al in de zinssnede: ‘als de hemel naar beneden valt’. Dat is immers even onwaarschijnlijk als het samenvallen van Pasen en Pinksteren. Het kabinet neemt dus helemaal geen risico en van durf is geen sprake. Maar let op, Premier Rutte buigt zijn heldendaad vervolgens nog eens om naar een ruimhartige ‘wiedergutmachung’.

Rutte aan het volk: “En u denkt nu misschien: 5 juni, 9 juni, wat maken die paar dagen uit? Dus, waarom doen we dit? We doen het VOORAL omdat zó een weekend aan extra ruimte ontstaat voor de culturele sector, dus voor musea, voor theaters, en bioscopen (…).” Ach wat áárdig… en allemensen wat een schijnheiligheid! Moeten deze VIER dagen vervroeging soms de HONDERZEVENTIG dagen totale negering van oa. de musea goedmaken? Zijn redenatie impliceert trouwens ook, dat als de culturele sector er NIET was, deze vervroeging ook NIET aan de orde zou zijn, want dáárvoor doen ze het.

En wat te denken van Hugo de Jonge, die opeens cabaretiers benoemt en toneelspelers, toneeltechnici en musici, als lieden die “allemaal keihard hebben gewerkt om ons, tijdens de lockdown, toch van hun essentiële werk te laten genieten, én… om ons weer veilig te kunnen ontvangen”. Eerst dat laatste: veilig ontvangen. Dat kon al sinds de zomer van 2020! Bezoekers van musea melden zich vaak veel veiliger dáár te hebben gevoeld dan in menige supermarkt. Aan die veiligheid IS dus helemaal niet keihard gewerkt: die was al een jaar geleden op orde en naar ieders tevredenheid. Alsof de kunstsector eerst nu pas klaar is om open te gaan en dat eerder niet was.

Tot slot het woordje ESSENTIEEL. De minister moet een dvd opzetten en zijn mond spoelen: vrijwel alle secties en sectoren, van sexindustrie tot sport, en van vakantiepark tot bouwmarkt, zijn consequent van essentiëler belang verklaard en als zodanig behandeld, dan kunst of cultuur. Die hobbyhoek moet ook niet zeuren; en voor het publiek is er altijd nog Netflix of een dvd.