Zonder het te weten bleek Museum Møhlmann in het najaar van 2017 opnieuw te zijn beland in de top 10 van meest gewaardeerde musea op de site van Museumkwartier.nl. Dit tiental zou opnieuw ‘strijden’ om de Museum Award. Bezoekers konden hun stem uitbrengen in de vorm van een review.

De museale tegenspelers oogden allemaal zeer geducht en zeker Centraal Museum Utrecht en het Haags Gemeentemuseum waren grootformatige mededingers. Maar ook het Friese Museum Belvédère was van de partij – zou het een ordinair partijtje Groningen-Friesland worden? – en natuurlijk de oude tegenspeler Het Juttersmuseum met nog vijf andere musea die juist door hun relatieve onbekendheid wel eens flink hun best zouden kunnen gaan doen.

Ik kan niet beoordelen in welke mate iedereen zijn best gedaan heeft, maar wie de pagina’s telde van alle beoordelingen kon al een beetje zien aankomen wat ging gebeuren: Museum Møhlmann werd opnieuw nummer één. ‘Op afstand,’ naar later werd gezegd. Op de tweede plaats eindigde Biesbosch MuseumEiland en op de derde het Kempenmuseum. Natuurlijk feliciteert MuMø beide andere musea met dit mooie resultaat en ook zij lieten daarmee grotere musea achter zich.

Toch moeten we oppassen ons daarbij niet te verliezen in een David-Goliath-etikettering. Elk museum heeft zijn eigen bestaansrecht, heeft daarvoor gestreden, en blijft dat doen naar vermogen. Hoe groter de budgetten, hoe meer misschien mogelijk is; hoe kleiner de budgetten, hoe meer gestaald wellicht de intentie om er toch iets van te maken. En gaan die budgetten met deze prijs flink verruimd worden?

Helaas niet. Het gaat om de eer en de PR die het oplevert. Dat laatste viel verleden jaar wat tegen en als winnend klein museum was daar dan ook meteen de badinerende lilliputtisering van prijs en pand. Slechts twee radiostations schonken kort aandacht aan de prijs: Radio 5 en Radio Noord; beide bevragers vroegen “Hoe dat nou voelt voor uw museumpje…?”

Nou geweldig! Het zit ook allemaal opeens mee: jarenlang hadden we hier maar liefst drie klompen aan de schuurmuur hangen -en dat was ja prachtig- maar nu… het is nog een beetje onder de pet… nu overweegt Boer Schopstra, de kleinveehouder van een paar greppels verderop, ook zijn zondags exemplaar af te staan. Jazeker zijn kerkpads-holsblok, voor onze bijzondere collectie ‘Gedragen Hout’. Dit omdat hij die museumprijs toch wel heel apart vindt en ook omdat het gat in zijn hakstreek nu echt te groot dreigt te worden. Vrouw Schopstra acht weliswaar herstel nog mogelijk, maar ons plaatselijk streekmuseum is toch op voorhand al bijzonder in zijn nopjes met deze gulle, nog te verwachten schenking. Einde persbericht.

Klik en dit artikel opent als PDF

Wat de pers dit keer doet is nog ongewis. In elk geval is er wel een mooi, groot stuk verschenen in het Dagblad van het Noorden. Er zitten wat verhaspelingen in. Mogelijk heeft het telkens verder inkorten van tekst enig verkeerd plak en knipwerk opgeleverd, maar dat doet aan het verhaal als geheel niets af.

Wat in het vraaggesprek kennelijk niet helemaal goed is overgekomen, is: “Toen ik in de jaren zestig begon”. Zó oud ben ik nu ook weer niet; ik begon eind jaren zeventig (in het najaar van 1977 om precies te zijn) als beeldend kunstenaar. Ook wordt gerept over een ‘schatkamer’ op zolder met bijvoorbeeld kerkelijke beeldhouwkunst. Dat zit anders. Er is een zolder met 17e eeuwse grafiek en ander werk; er is een eerste verdieping, waar een echte ‘schatkamer’ is, vol gekregen kleine werken van grote collega’s; én er is op de begane grond een deel ingeruimd voor de Middeleeuwen, waar ook kerkelijke kunst te zien is. Tenslotte was “Ik verkoop niks” overdrachtelijk bedoeld: er wordt wel degelijk verkocht, maar ik stá niet te verkopen, dat doet het kunstwerk zelf. Je kunt naar mijn idee van alles verkopen, maar niet kunst. Dat eigenaardige goedje moet zichzelf verkopen. Als het ‘de klik’ met de aspirant-koper weet te maken, zit het tussen die twee dan ook vaak voor altijd goed. En dat is mooi.

Rest mij nog om op deze plek nog eens alle beoordelaars van MuMø te bedanken voor hun vaak hartverwarmende commentaren. U benoemt daarin weliswaar dat u de ‘warmte’ van het museum waardeert; maar weet dat precies aan die waardering het museum zich warmt… (en als we allemaal zo met elkaar zouden omgaan, was in één klap het energieprobleem, de klimaatverschuiving én de eigen aardbevingsproblematiek opgelost, en zaten we er voor het eerst allemaal warmpjes bij).

Een warme start van 2018 was er voor Museum Møhlmann. Moge dit jaar voor iedereen wat meer menselijke warmte brengen. We zijn er hard aan toe en kunnen eigenlijk niet zonder.