Nieuws

Het is nu even stil in Museum Møhlmann. De bouwvakkers hebben een korte vakantie van twee weken en zijn 26 mei weer terug. Helemaal stil is het natuurlijk niet, want er kan nog wel het een en ander gedaan worden. En voor de installateur en de elektricien moet zelfs alles nog beginnen. Daarnaast moet er ook nog… maar nee, laten we liever even stilstaan bij wat gebeurd is.

Het enorme dak, de zolders en de verdieping met omloop zijn nu op een haar na klaar. Vooral in het al bestaande gedeelte van de verdieping zat onverwacht nog heel veel werk. Het gaat om een vrij provisorisch platform van ongeveer 60m2. Bouwkundig-historisch gezien hoort die niet in de boerderij thuis, maar hij zat er nu eenmaal en voor ons doel kwam dat prima uit. Dit specifieke gedeelte was (ooit) gemaakt van sloophout, hout dat kwam uit een pand in Appingedam, een kroeg in Solwerderstraat die in 1928 tegen de vlakte ging. Dat moet een bijzonder oud pand zijn geweest want het meeste, enigszins gehavende balkhout bleek van puur eiken en het grenen vloerhout zo’n 4,5 cm dik. Vloer en balken lagen inmiddels schots en scheef en het geheel was bovendien ernstig verzakt. Bouwvakkers zijn dan erg pragmatisch in hun raadgeving: “d’r uit met die troep en mooi nieuw hout erin!“. Dat vonden we zonde, want de balken waren waarschijnlijk laat-middeleeuws en waar vind je nog dergelijk dik vloerhout in lengtes van 6 meter?

De Muzeheerd - 15 mei 2008

Het betekende dat de vloer compleet werd gedemonteerd en dat elke plank van onder en van boven van dikke lagen verf moest worden ontdaan. Ook de eiken balken werden aangepakt en voor zover mogelijk schoongemaakt. De meeste bleken een onderlaag te hebben van een poederachtige rode oker. Waar de balken aangetast waren werden ze met de beitel tot het goede hout weggekapt. Op deze wijze ben ik overigens eigenhandig ál het hout in de schuur, van hanenbalk tot vloerplaat, te lijf gegaan. Letterlijk het complete gebinte is met de hand met een staalborstel grondig gereinigd en met de beitel waar nodig schoon gehakt. Daarna is alles nog eens in een beschermende, kleurloze, niet-glimmende houtlak gezet. Monnikenwerk en goed voor een stevige tennisarm.

De Muzeheerd - 15 mei 2008

Er lagen ook nog wat losse, even oude balken in de schuur, waarmee het geheel in stijl werd verstevigd. Balken, die je op het eerste gezicht direct in de open haard zou gooien, maar die eenmaal weer schoon gebikt tot op het gezonde hout, mooi gepatineerd en zo hard als beton bleken. Zo is er in een ander gedeelte van de schuur een eiken balk van 18 x 18 centimeter hergebruikt, die maar liefst 8,5 meter lang is en waarin de sporen te zien zijn van waar ooit schoren en andere constructies moeten hebben gezeten. De dikste balken in het onderhavige plafond zijn soms bijna 25 x 30 centimeter. Voor de één brandhout, voor de ander waardevol drijfhout uit een bewogen historie.

De Muzeheerd - 15 mei 2008

Hoe dan ook, juist dit soort zaken, het behouden van het oude, vreet tijd en maakt een schatting voor wanneer de boel eindelijk klaar is, lastig, zo niet onmogelijk. Toch heeft dit alles ook zijn charme en soms doe je nog eens een aardige ontdekking. Zo wordt van dit Rijksmonument gezegd dat het voorhuis een rentenierswoning is uit 1862 – dat klopt, want dat meldt ook de gevelsteen. Maar ook, dat de schuur in 1875 werd gebouwd, en dat de hals (die de boel verbindt) uit 1890 stamt. De kleine schuur is ongeveer uit 1840 en moet er dus als eerste in zijn eentje gestaan hebben. Maar wat blijkt met al dat nijver gepoets met de staalborstel? Op een middenbalk van het gebinte kwamen vreemde tekens te voorschijn. Geen spijkerschrift, maar beitelschrift. Letters en cijfers. Waarschijnlijk H J T N, maar zeker: 1856. Dat is niet zonder historisch gevolg, want de grote schuur blijkt dus niet ná, maar vóór de verrijzenis van het voorhuis te zijn gebouwd. En hij werd bovendien bewust geschakeld met de bestaande kleine schuur uit 1840, zodat de achtergevels van beide schuren in één lijn staan. Nu bestaat het voorhuis uit twee mooie kamers met schouw en bedsteden en een gang daartussen. Toegang tot de zolder boven het voorhuis geeft echter een deur die dus in 1862 in de achtergevel moet hebben gezeten en plek voor een keuken of bijkeuken was er niet. De vraag is dus gerechtvaardigd óf de bouw van de hals tussen de schuur en de ‘keukenloze’ woning – ondanks deze praktische bewaren – evengoed nog zo’n dertig jaar op zich liet wachten?

De Muzeheerd - 15 mei 2008

De dateringen zijn dus in de loop van de geschiedenis het spoor een beetje bijster geraakt. Voor de bouw van deze heerd (= hofstede, maar oorspronkelijk duidt het ook op de strook land die bij de boerderij hoort) hanteren wijzelf voorlopig 1840-1862. Wat ons direct brengt op de naam. Een officiële naam, heeft deze boerderij waarschijnlijk nooit gekend. Nu het geheel straks volledig hersteld – maar met een totaal nieuwe functie – voorlopig weer de komende tijden kan trotseren, hebben we besloten om deze naamloze heerd van een passende naam te voorzien: De Muzeheerd. Aards en hemels tegelijk, een stukje paradijs op aarde, weliswaar niet gelegen aan de Euphraat, maar wel aan het ruim duizendjarige Damsterdiep. En dat maakt deze lusthof er zeker niet minder om.

De Muzeheerd - 15 mei 2008

Museum Møhlmann

Museum Møhlmann



Pin It on Pinterest