Nieuws

Bovenstaande vraag wordt met enige regelmaat gesteld. Een eensluidend antwoord valt niet te geven, want veel is afhankelijk van het toeval. Zeker als oude rommel je eigenlijke onderwerp is, want dat wordt doorgaans direct weggegooid.

Zo reed ik op een ochtend langs een totaal opgevreten en uit elkaar vallend zaagtafeltje, dat bij het grofvuil aan de straat was gezet. Roestige spijkers staken links en rechts uit het zelfgemaakte werkbankje. Ik trapte vol in de rem en trotseerde de meewarige blikken achter een bewegend gordijntje toen ik het krakkemikkige geval achter in de auto zwiepte. Wat die persoon niet kon bevroeden is dat dit houtwormig tafeltje onder andere model ging staan in De Kelderappeltjes, Oud huishoudelijk gebruik, Aan de rand van Kerstmis en Houvast; in schilderijen die nu bij trotse eigenaars het behang opfleuren.

De schuur, waarin Rob een oude deur bewondert

De schuur, waarin Rob een oude deur bewondert

En soms krijg je een tip. Zo werd ik eind januari 2002 gebeld door collega Dina Belga uit het Hoge Noorden. Haar beschrijvingen van een uit elkaar vallende inventaris van een boerderij in Wagenborgen bracht mij in een verre staat van opwinding. Op dat moment kon ik moeilijk weg, maar een week later kwam zij langs en bracht alvast een oliespuitje en een stinkend blik mee. Ik smulde van kleur en patina, was niet meer te houden, en stoof een paar dagen later naar het verre Wagenborgen.

Het regende die dag zoals het zelden regent. De ruitenwissers sloegen op volle toeren heen en weer en het stuur diende met twee handen tuchtig in toom te worden gehouden want aquaplaning zorgde voor buitengewoon eigenaardig rijgedrag. De wind was hard tot stormachtig, maar gelukkig was de dijk Enkhuizen-Lelystad nog open. Een verstandig burger zou thuisblijven, maar de roestende lokroep van heerlijke rommel was eenvoudig te sterk. Na een dikke twee uur rijden draaide ik de inrit op van Dina Belga en Ed Ubels, twee collega’s die samen in hun ateliers achter de bescheiden woning buitengewoon mooie dingen maken. De luttele drie meters die ik naar de achterdeur moest rennen waren lang genoeg om mij totaal verwaaid en verzopen in het halletje neer te zetten. Maar koffie en sigaretten maakt veel goed.

Het werkplaatsje in de schuur

Het werkplaatsje in de schuur

De bewuste boerderij was slechts een paar honderd meter verderop. Er werd gebeld met het verzoek of men daar, gezien dit duivelse weer, de staldeur alvast open wilde zetten, opdat we direct naar binnen door konden rijden. Vervolgens doken we linea recta in mijn auto. Dat wil zeggen: Ed ontwaarde ik heel snel naast mij, merkwaardig genoeg meteen met een halfnat shagje dat vervaarlijke rooksignalen afgaf, maar Dina – gek van groene thee – bleek buiten naast de auto te hollen in de kennelijke veronderstelling dat dit allemaal gezond was. Ze kwam overigens wel als eerste aan.

De schuur was enorm. Een houten kathedraal waarin mijn auto verschrompelde tot een dinky-toy. We stapten uit en togen eerst naar het werkplaatsje. Ik stond paf. Niks aanraken, het geheel uitzagen en zo achter in de auto kieperen. Maar dat ging natuurlijk niet. En dat was jammer, want het geheel was een soort organisch gegroeide gereedschapsboom van respectabele leeftijd. Dit totaal was veel meer dan de som der delen. Hier had iemand jarenlang dingen gerepareerd en domweg alles bewaard: scheve schroefjes, dolgedraaide moertjes, kromme spijkers; potten vol stonden er. Tja, wat moest ik hiervan meenemen? Ik voelde mij een grafschenner.

Rob in het werkplaatsje

Rob in het werkplaatsje

Ik vond twee flesjes met een onduidelijke inhoud, een oude mand, een kiel, een pet en wat oude zakmesjes. In een schuur achter staken 100 paar, nog niet eens zulke slechte, klompen in de regels van het dak. Op zolder vonden we oude, geblutste voorraadpotten van aardewerk, een kist lege jeneverflessen, een oude jas, die al decennia een favoriet muizennest moet zijn geweest, een houten schop en nog veel meer dingetjes van nul en generlei waarde, maar goud voor een stillevenschilder.

De auto werd tot de nok toe gevuld. Op het laatste moment kwam Dina nog met een oud jarretelletje aanzetten, waar nog net ruimte voor was. Ik voelde me Malle Pietje en de koning te rijk. De strooptocht werd bij Ed en Dina feestelijk besloten met een kom staande snert (dit is erwtensoep welke men ook in plakjes kan snijden) en een snee zelfgemaakt brood die in zijn eentje de voedingswaarde vertegenwoordigt van een doorsnee supermarktbrood.

Toen ik huiswaarts keerde brak de zon schuchter door en werd ik bij herhaling hoofdschuddend ingehaald. De jarretel zou de volgende dag al in een schilderij belanden…

De volgeladen voorstoel van de auto

De volgeladen voorstoel van de auto

Een tot de nok toe gevulde achterbak

Een tot de nok toe gevulde achterbak

 

Museum Møhlmann

Museum Møhlmann



Pin It on Pinterest