Essays

Ik begrijp het niet,
ik begrijp het niet.

De directeur van het Stedelijk toont trots zijn “ontdekking van een kunstenaar” en de Volkskrant (10 augustus) schenkt daar onder de kop “Fuchs ontdekt nieuwe Van Gogh” direct ruim aandacht aan en plaatst bovendien twee flinke afbeeldingen in kleur. Daarop afgaand kunnen we vaststellen dat de kunstenaar in kwestie mogelijk aan een diep gevoelsleven leed, maar dat hij dit op een wel heel onbeholpen manier in verf wist uit te drukken.

McCahon, Volkskrant

Colin McCahon, olieverf, 1959

Colin McCahon, Will he save him, olieverf, 1959

Colin McCahon, olieverf, 1947

Colin McCahon, The angle of the annunciation, olieverf, 1947

Waarschijnlijk wist de gekwelde dit ook. Waarom anders zou deze McCahon bij een emblematische Verkondiging nog eens met koeienletters, in nota bene het schilderstuk zelf, voluit “The Angel of the Annuncation” zetten? Het is wellicht eerder kinderlijk dan naïef, maar zeker niet verrassend.

En met Van Gogh heeft het al helemáál niets van doen. Van Gogh kwam als schilder/tekenaar bepaald niet geharnast ter wereld, maar door noeste, welhaast obsessieve vlijt wist hij zijn getormenteerdheid in een volstrekt eigen idioom te gieten. Pas met het bereiken van een zekere vakbekwaamheid, overwon hij de klungelige kinderlijkheid, die bij Fuchs “ontdekking” kennelijk met de jaren alleen maar toeneemt.

Het menselijk geworstel is zonder meer boeiend en het mag zeker een uiting vinden in vrijmoedig geschilder, maar is het daarmee kunst? Of zijn we vandaag de dag de draad echt kwijt? Is het moderne doel bereikt en is álles nu kunst? En niet minder ernstig: is de autoriteit van Fuchs zo groot (hij wilde deze kunstenaar immers op Europees niveau lanceren) dat de Volkskrant bijna reflexmatig 1/3 pagina in kleur aan deze museaal verpakte waanzin spendeert?

Spetterend schilderij van naamloze, 18e eeuwse kunstenaar

Spetterend schilderij van naamloze, 18e eeuwse kunstenaar

In dezelfde krant staat vier pagina’s verder, in Cicero, een boekrecensie over Montesquieu. Bij dit stuk plaatst de krant ter illustratie (!) een spetterend schilderij van een voorleesgezelschap rond 1728. Door de tijdsgeest en de gesel van Het Stedelijk zal het werk thans waarschijnlijk met een schouderophalen als een “salonding” worden afgedaan. Maar natuurlijk is het een salonding! Het is immers volop salontijd. Maar wat een vakmanschap, wat een stofuitdrukking, wat een observatievermogen (er was nog geen camera) en wat een psychologisch raffinement (let bijvoorbeeld maar eens op hoe er al dan niet op de kennelijke aanwezigheid van de schilder wordt gereageerd). En kijk ook eens naar zoiets schijnbaar eenvoudigs als de parketvloer; schilder dat maar eens overtuigend! Ik zou er subiet alle achtenzeventig schilderijen van Fuchs’ Grote Ontdekking in het Stedelijk voor willen ruilen.

Conservatief? Welnee, gewoon een kwestie van kwaliteitsnormen, die tijdloos zijn. Daarom is het even tekenend als schrijnend dat deze schilder uit de 18e eeuw naamloos in de krant komt als niet meer dan een illustratie, terwijl het ego van een hedendaags museumdirecteur (McCahon, †1987, zelf kan hier per slot van rekening waarschijnlijk weinig aan doen) met naam en toenaam de kolommen van een serieus geachte krant mag vullen.

Rob Møhlmann – Venhuizen

Museum Møhlmann

Museum Møhlmann



Pin It on Pinterest