Essays

Een lintje krijgen is niet niks. Of je nou Lid, Ridder, of Officier wordt: je krijgt een medaille opgespeld voor een race die anderen voor je lopen uit waardering voor jouw parcours. Dat is misschien wel het meest waardevolle aspect van het eremetaal. Zo heb ik dat in elk geval wel ervaren toen mij de versierselen werden opgespeld.

Dat was op woensdag 26 april. De volgende dag moest ik naar de supermarkt voor de boodschappen. Het was druk, maar geen mens die opkeek, zijn pet afnam, of zelfs ook maar een kleine révérence maakte. Alle aandacht ging uit naar de prijspakkers en bonusaanbiedingen. En overal hulpkrachten, die dozen leegden en vakken vulden. Druk hadden ze het, die jongelui, tot er één mij met een grote grijns in het voorbijlopen toeriep: “Gefeliciteerd hè?”. Allemachtig, hoe kon zo’n schildknaap dat weten? Mijn pet ging af.

Weinigen konden het ook weten, want er was geen foto in de krant verschenen. In het Dagblad van het Noorden waren de volgende dag wat foto’s geplaatst van BN’ers buiten de provincie, en in het provinciaal katern, 4 foto’s en een opsomming van lintjes in Groningen. Over mij stond een korte vermelding. Prima, maar ja, wát stond er dan? Er stond dat er “…een ridderorde op de revers werd gespeld van plaatselijk kunstenaar Robert Möhlman die oprichter is van het gelijknamig museum”.

Klik voor een vergroting.

Tja. Bij andere gelauwerden zie ik de gewone, leuke, korte voornaam; ‘Henk’ en ‘At’ die Ridder werden en niet ‘Hendricus’ en ‘Adrianus’. Bij mij is dat al 61 jaar ‘Rob’ (alleen als mijn moeder indertijd boos op mij was, hoorde ik het gevreesde Roberrrt!). En ja, het is natuurlijk Møhlmann, met in elk geval dubbel ‘n’. Allemaal geen ramp. U moest eens weten wat er aan ‘Moelmannen’ of ‘Meulemansen’ in de wachtkamer wordt omgeroepen. Ik sta dan altijd maar meteen op. Alleen bij ‘Mallemans’ of ‘Paddekorst’ blijf ik eerst nog even zitten, want je weet maar nooit of er toch toevallig iemand echt zo heet.

Namen; het blijft lastig. Maar dan de kwalificaties: ‘plaatselijk kunstenaar’. Ik weet niet hoe dat bij u voelt, maar ik denk dan aan een kunstenaar die vooral plaatselijk bekend is. Deze kwalificatie bevindt zich aan de tegenovergestelde zijde van die van BN-er of Bekende Nederlander. De laatste bestrijkt gans het land, de eerste een kleine kavel. Astrid Joosten is zo’n voorbeeld. Zij werd dan ook met foto vermeld in het landelijk katern van het Dagblad van het Noorden. Als ‘Astrid’ overigens, niet als ‘Astrid Maria Bernadette’, zoals zij officieel heet. En Joosten, helemaal goed en keurig met dubbel ‘o’.

Met ‘plaatselijk’ is overigens weinig mis, maar het trekt zo streng de grens om een precies plekje. En ik kan er niets aan doen maar mijn werk als kunstenaar is daar voorbij gekomen, voorbij de stadsgrenzen van lieflijk Appingedam. Ook buiten de provincie. Het hangt eigenlijk in gans het land en is daar ook al decennialang geëxposeerd geweest. En- ik durf het nu bijna niet meer te zeggen – maar ook weer daaraan voorbij: in het buitenland, tot in Iran aan toe. En er is meer, heel veel meer, maar ik ga hier geen veren in een zeer plaatselijk plekje steken met reeds zo’n mooie Ridderorde op de borst…

Klik voor een vergroting.

Is dit nu erg? Tuurlijk niet, maar een tikje onzorgvuldig is het wel. En van je eigen provinciale krant, waar je al 10 jaar lang met enige regelmaat in hebt gestaan, mag je toch iets meer verwachten? Al was het maar een beetje betrokkenheid, een beetje belangstelling. Dat deed het Nederlands Dagblad (een landelijk dagblad) toch echt een stuk beter. Onder het kopje BN’ers die een lintje kregen staat: ‘Rob Møhlmann. Kunstenaar en directeur van een museum voor hedendaagse figuratieve en realistische kunst in Appingedam’. Zo kan het dus ook. Ik kreeg er een kleur van, maar vooral van plaatselijk zeer vervangende schaamte voor mijn eigen krant en provincie.

Einde verhaal? Nee, want wat blijkt? Iets nog véél plaatselijker kan je lintje onverwacht een universele glans geven. Onderstaand bericht verscheen vandaag, op 3 mei, in de zeer plaatselijke Eemsbode. Niet van een journalist, maar geplaatst en liefdevol geschreven door de vrijwilligers van het museum. Pet gaat weer af en ik maak twaalf révérences.

Hartverwarmend en daarin grensoverschrijdend…

Klik voor een vergroting.

 

Museum Møhlmann

Museum Møhlmann



Pin It on Pinterest