Essays

Op 11 september maakte de dood een wereldwijde grijns. Vier dagen later lachte het leven in de tuin van mijn buren; een veulen was geboren. De buurman maakte zo’n vrolijke stampij dat ik mijn trouwe ezeltje verliet en mij naar moeder en kind spoedde. Voor Femke was de wereld nog geen minuut oud toen ik haar op het gras zag liggen. Het was bewolkt, maar in het groen gloeide een bruin kleinood. Zo straalde haar onschuld en levenslust dat de ingebrande beelden van vier dagen geleden voor even verbleekten.

Veulen, Rob Møhlmann

Veulen, 13 van 15, 2002, o/p, 13x7cm

Ik maakte lukraak wat kiekjes, want ze was nog niet op adem gekomen of ze probeerde al op te staan. Die kiekjes hadden geen enkele pretentie. Het was meer een wanhopige poging om toch iets van dit kostbare licht te vangen in een donker doosje.

Binnen tien minuten balanceerde het veulen op vier krachtige benen. Nog wat trillerig, maar ze stond en feilloos vond ze de drinkplaats bij haar moeder. De dag vergleed en de volgende dag lag Femke al in de sloot, omdat ze nog niets van grenzen wist en het remmen nog niet had hoeven te leren.

Een paar dagen later haalde ik de foto’s op, bekeek ze, en vond niets terug van die kostbare momenten. Van Femke zelf was er nauwelijks wat te zien en de bewolkte dag had daar ook nog eens een grauwsluier over heen gelegd. Het was broddelwerk van de bovenste plank.

Eind januari 2002. Het stilleven waar ik mee bezig was is af en als ik wat in mijn atelier rondlummel, vind ik het stapeltje foto’s. Ik neem het nog eens door en merk dat ik ze op een bepaalde volgorde wil leggen. Dan realiseer ik me dat ik haar allereerste stap in beeld breng. Dat is niet zo makkelijk te zien, want moeder Maaike is overal prominent aanwezig en wijkt geen meter van haar dochter. Haar aanwezigheid staat me als schilder tegen. Als schilder? Ik merkte dat de zin in mij ontwaakte om er toch iets mee te doen.

Woest stond ik op en smeet de foto’s in een hoek. Hoe haalde ik het in mijn hoofd? Ik haat het werken naar foto’s. Natuurlijk, zeker bij de start van mijn loopbaan als schilder had ik ze wel eens gebruikt bij mijn stadsgezichten, omdat dit moeilijk anders ging, maar zodra ik rustig in een landschap kon werken, schilderde ik direct naar de natuur. Veroveren wat je ziet. Foto’s zijn de dood in menig kunstwerk. Te vaak en te makkelijk wordt er gebruik van gemaakt. Als een wonderlijk virus morgen de foto uitroeit, sterft overmorgen een niet onaanzienlijk deel van de populatie kunstenaars.

Veulen, Rob Møhlmann

Veulen, 14-15, 2002, o/p, 13x7cm, Rob Møhlmann

Maar ik raapte de foto’s weer bijeen en voelde mij een kleine Taliban. Stijfheid in de leer is de abortus provocatus van menig kunstwerk. Wat nou, als ik van die miezerige Femke’s, fiere portretjes trachtte te maken? En als ik om te beginnen nu eens de moeder wegliet? Alleen het veulen. Per slot van rekening had Femke er die eerste tien minuten alleen voor gestaan. Of gelegen.

Na de foto’s raapte ik mijzelf bij elkaar en zaagde vijftien kleine paneeltjes uit een stuk board van ongeveer 7 bij 13 centimeter. Vijftien witte plankjes, vijftien fases van liggen tot staan. Vijftien september.

Van de summiere potloodschetsjes, maakte ik penseeltekeningen, die volledig in één kleur werden uitgewerkt. Wonderlijk genoeg kwamen ze goed uit de verf. Zo goed zelfs, dat ik er absoluut niet meer verder aan durfde te werken. Als ik dit verpest, zo realiseerde ik me terdege, is het weg. Voor altijd.

Veulen, Rob Møhlmann

Veulen, 15-15, 2002 o/p, 13x7cm, Rob Møhlmann

Op dat moment schoot mij door het hoofd dat ik sinds kort samenwerk met twee heren die mijn schilderwerk in druk als kalender onder het publiek gaan verspreiden. Terstond ontstond het idee voor een paarden-verjaardagskalender en ik legde hen dat voor. De reacties waren enthousiast en er werd onmiddellijk tot actie overgegaan.

Het is nu half maart en die kalender komt er en mogelijk in een behoorlijke oplage. En misschien, wie zal het zeggen, weet ook de kalender niet wat grenzen zijn en trekt Femke’s eerste stap veel langere sporen dan op die 15e september voor mogelijk werd gehouden.

De bruine schetsjes zijn in ieder geval vastgelegd. Daarmee is de weg vrij om van die schetsjes volwaardige olieverfjes te maken. Of dat lukt, weet ik niet, want ik aarzel nog steeds. Bovendien is schilderen als wandelen op de maan: enerverend, maar: één verkeerde afzet en je veert zomaar de ijskoude ruimte in.

De vraag blijft: is een kleine stap voor een veulen, een reuzensprong voor een schilder?

 

Museum Møhlmann

Museum Møhlmann



Pin It on Pinterest