Nieuws

Ziehier samengevat het leven en streven in de wereld van Magda Francot. Haar ‘Dans met de Dood’, een oud, middeleeuws thema, dat ze zelf – en ook mét zichzelf – in beeld bracht, is ten einde.

Wie de fenomenale Dodendans van Hans Holbein kent (1525), weet dat de Dood vroeg of laat – paus, boer, koning of koopman – alles en iedereen letterlijk uit het leven haalt. Maar waar anderen doorgaans de Dood juist daarom als iets lugubers beschouwen, iets dat we zo lang mogelijk moeten zien te vermijden, daar trad Magda hem tijdens haar leven, als kunstenares met berusting tegemoet.

Ze was niet bang. Op de rouwkaart die ik vanmiddag laat op de deurmat vond, leunt ze zelf op een doodskist, terwijl de gezichtloze Dood een half zegenend gebaar maakt. De Dood, als een levend beeld, als een half kleurloze engel, als een ‘pleurant sans face’, een bewener zonder aanzicht.

Magda Francot was voor Museum Møhlmann een kunstenares van vrijwel het eerste uur. Ze deed vanaf 2002 mee. Op een schilderij uit die eerste dagen is zij zelf in alle levendigheid te zien. Met haar vurig rode haar (haar sterrenbeeld was Leeuw) ligt ze naakt, maar kies en kuis op de grond. Ze kijkt voorover in het water en ziet iets anders weerspiegeld dan de werkelijke wereld. Haar borsten zijn vol, maar eerder voedend dan erotisch. Haar lichaam is hier verbeeld als leven schenkend, zoals ook de aarde waarop ze ligt, leven gevend is. En in het water vindt men de geest, het ongrijpbare, het transparante, het transcendente.

Zo zat Magda in elkaar: als een spiritueel bevlogen kunstenares. Maar niet ‘would be’, niet goedkoop, niet zoals men er vandaag de dag dertien in een dozijn vindt bij een pak wasmiddel of een damesblad. Magda kende haar klassieken, haar Dante en haar Shakespeare, ze kende het Geloof en de Mystiek, de Sterrenbeelden en de Oersagen, en ja, ze hield van Schubert en Mahler. Ze was misschien wel een eeuw te laat geboren om voor haar melancholische kunst de waardering te krijgen die ze in onze tijd te weinig mocht ontvangen.

Een eeuw te laat misschien, maar zelf – in het oorlogsjaar 1942 – twee maanden te vroeg geboren. De als gevolg daarvan vaak geconstateerde achterstand in ontwikkeling, werd bij Magda een voorsprong. Op haar 10e werd ze ernstig ziek en bleef ze een jaar lang noodgedwongen thuis. Daar ontdekte ze de evocerende wereld van de lijn, van het tekenen. Die lijn zou altijd belangrijk blijven, ook in haar schilderkunst. Ze doorliep de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en als kind van haar tijd liet ze zich aanvankelijk meeslepen door het vrijblijvende experiment van de jaren 60. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon – en dan is het echt en oprecht – en ze maakte zich de klassieke schilderkunst eigen in lijn, vorm en kleur. Dit om uiting te kunnen geven aan een innerlijke zielswereld, die raakt aan die van ons, aan die van de mens.

Er valt veel te vertellen over Magda. Een lieve, zachtaardige en zeer toegewijde vrouw, die ook een eigen schilderschool begon om ‘het edele metier’ door te geven. Een vrouw, die trouw bleef aan haar roeping, maar daarin ook bescheiden was. Een vrouw die nog kon blozen bij een compliment en dat zelfs met dat rode haar niet kon camoufleren. Een vrouw die met haar pretoogjes aanstekelijk kon glimlachen, maar bloedserieus kon worden als het over diepere waarden ging.

In 2013 gaf ze mij een klein schilderijtje. Ter gelegenheid van de jubileumeditie van de 15e ORT. Het heet “Dodendans”. Het toont haarzelf, dansend met de Dood. Achterop wenst ze: “…al dansende naar de 16e”. En zo is het gegaan. En naar de 17e, de 20e . Maar nu, nu het tegen de 27e loopt, vond de Dood het tijd om haar van de dansvloer te halen. En dat was goed, want het ging stroef de laatste tijd en deed pijn.

Moge gene zijde haar de schone vervulling geven die ze aan deze kant haar leven lang zocht.

RM

Museum Møhlmann

Museum Møhlmann



Pin It on Pinterest